Powered by BioCMS - http://www.Mensana.be
    

 

LAKTAATTESTEN PROVINCIE

 
Username 
Passwd 
 
 


Wanneer u meer informatie wenst betreffende de laktaattesten georganiseerd door de Provincie West-Vlaanderen, klik dan op onderstaande link.

 

Informatiefolder met betrekking tot de laktaattesten


 

Lactaattest of veldtest

 

 

Wat ?

Een specifieke sporttest, dus een test in je eigen sport, onder de specifieke trainingsomstandigheden: een looptest buiten (op de piste) voor lopers, een fietstest op de eigen fiets en op de weg voor wielrenners en wielertoeristen, en een zwemtest in het zwembad voor zwemmers. Voor teamsporten (voetbal, basketbal, enz..) en individuele sporten zoals tennis, wordt eveneens een looptest gebruikt om de conditie te evalueren.

Meestal wordt een lactaattest gebruikt om een indruk te krijgen  van de uithouding van de testpersoon. Het is echter ook mogelijk om de anaėrobe capaciteiten (weerstand) via een lactaattest te bepalen (zie verder).

 

Waarom?

Voor een duursporter is het uithoudingsvermogen en de trainingstoestand allesbepalend voor de prestatie. Ook voor een balsporter, zoals een voetballer, speelt de uithouding een belangrijke rol in zijn prestatieniveau.

Via een lactaattest kan vastgesteld worden hoe je lichaam de energie levert die nodig is om een bepaalde inspanning of prestatie te leveren.

Op basis van die resultaten kan een inspanningsfysioloog interpreteren hoe het met je conditie gesteld is, wat je mogelijkheden zijn.

En kan er specifiek advies gegeven worden om je trainingen te optimaliseren om zo je conditie en prestaties te verbeteren.

Zowat iedere recreant beschikt momenteel over een hartslagmeter. Gebruik van een hartslagmeter heeft echter enkel zin als je niet exact weet binnen welke zones je moet trainen. en wanneer en waarom binnen bepaalde zones moet getraind worden.

 

Theoretische basis:

Om te lopen, te fietsen, te zwemmen, enz. moet je lichaam energie produceren.

Je lichaam heeft daarvoor 2 systemen ter beschikking, nl het aėroob systeem (uithouding) en het anaėroob systeem (weerstand).

 

Aėroob:

 

je lichaam produceert energie door verbranding. Brandstof, (suikers en vetten uit je voeding) wordt met zuurstof verbrand, waardoor energie vrijkomt. De zuurstof komt in je lichaam via de ademhaling en wordt via de bloedsomloop naar de actieve spieren gebracht.

Loop je sneller, dan is er meer energie nodig, en dus ook meer zuurstof ( van brandstof is er een reserve aanwezig, je moet dus niet direct eten als je intensiever gaat sporten). Iedereen heeft  al gemerkt dat bij een hogere loop- of fietssnelheid, de ademhaling versnelt en de hartslag de hoogte in gaat. Dat mechanisme wordt in gang gezet om meer zuurstof per minuut te kunnen opnemen, waardoor meer suikers of vetten per minuut verbrand worden om zo meer energie per minuut te leveren.

Het aėroob systeem heeft een vrij grote capaciteit, aangezien er een vrij grote voorraad is aan suikers en vetten en er voortdurend verse zuurstof aangevoerd kan worden.

Omdat er geen schadelijke afvalstoffen bij dit proces vrijkomen, kan deze vorm van energieproductie zeer lang volgehouden worden, vandaar ook de naam uithouding.

 

Anaėroob: 

 

Je lichaam heeft bij sommige inspanningen zoveel energie nodig, dat je aėroob systeem de vraag niet kan bijbenen.

Bij een korte maximale inspanning, korter dan 2’, heeft je aėroob systeem niet de tijd om zich aan te passen. De ademhaling en hartslag kunnen niet ineens op een hoger peil gebracht worden, waardoor niet voldoende zuurstof kan aangevoerd worden om via verbranding de nodige energie te produceren. Je lichaam kiest dan voor een manier van energieproductie zonder zuurstof. Hierbij wordt echter wel het schadelijke melkzuur (of lactaat) als afvalstof geproduceerd. Wanneer de geproduceerde hoeveelheid melkzuur te groot wordt, kan je de inspanning niet langer volhouden (gevoel dat de benen “ontploffen).

Bij een langdurige inspanning, waarbij je aėroob systeem (en ademhaling en hartslag) wel op volle toeren draait, kan de intensiteit zodanig hoog oplopen dat de vraag naar energie de capaciteit van het aėroob systeem overtreft (je hartslag en ademhalingsritme kunnen niet onbeperkt blijven stijgen). Op dat moment zal het anaėroob systeem voor de nodige extra energie zorgen, waardoor eveneens melkzuur geproduceerd wordt. Wanneer de inspanning te intensief wordt of te lang doorgaat, zal door de opstapeling van melkzuur, de inspanning uiteindelijk moeten afgebroken worden.

 

Test:

Via een lactaattest kan bepaald worden welk energiesysteem bij elke hartslagwaarde verantwoordelijk is voor de energieproductie.

Hoe:

 

Zowel voor de loop-, fiets- als zwemtest doe je 4 tot 6 herhalingen. Een hartslagmeter is uiteraard noodzakelijk.

 

  • Looptest: 4 ą 6 x 1200m op de atletiekpiste. Elke herhaling aan een hogere hartslag.
  • Fietstest: 4 ą 6 herhalingen van 4 ą 5 km op de openbare weg op eigen fiets. Elke herhaling aan een hogere hartslag.
  • Zwemtest: 4 x 400m aan telkens hogere snelheid.

 

Concreet:

Bij een laktaatmeting dient men een bepaalde afstand af te leggen, terwijl men de hartslag tussen bepaalde waarden houdt.

Voor fietsen start men voor een tocht van 5 km, waarbij men er op let dat de hartslag bvb. tussen de 120 en de 125 slagen per minuut blijft. (De hartslagwaarden variėren van persoon tot persoon afhankelijk van de geschatte conditie)

Na 5 km komt men bij de testafnemer langs, die een bloedstaaltje neemt via een prik in de vinger.

De laktaatwaarde van het bloedstaal wordt bepaald en de proefpersoon vertrekt voor een nieuwe rit van 5 km, maar nu moet de hartslagfrequentie tussen de 130 en de 135 slagen per minuut gehouden worden.

Na 5 km komt men opnieuw bij de testafnemer, die opnieuw de laktaatwaarde bepaalt.

Daarna vertrekt men opnieuw voor 5 km en houdt men de hartslag tussen de 140 en de 145.

 

Op die manier fietst men telkens 5 km, aan een steeds stijgende intensiteit. De bedoeling is dat de testafnemer 5 ą 6 laktaatwaarden kan bepalen. Op die manier kan de verzuringscurve uitgetekend worden en kan de omslagpols (of overslagpols) bepaald worden. Deze overslagpols vormt dan de vertrekbasis om een individueel aangepast trainingsschema op te maken.

 

Voor lopen wordt hetzelfde principe gehanteerd, maar men meet de laktaatwaarde om de 1200 m.

 

De test wordt geanalyseerd door een inspanningsfysioloog.

Hij bepaalt op basis van de testresultaten je huidige conditie en berekent hartslagzones voor de verschillende trainingsvormen.

Hij adviseert je hoe je de training best aanpakt of bijstuurt om een betere conditie te bereiken of tot betere prestaties te komen.

 

De lactaattest is een uitstekend hulpmiddel voor zowel de recreant als de competitieve sporter om de training optimaal te laten verlopen, overtraining te vermijden en het maximum uit de eigen mogelijkheden te halen!

 

 

terug

 © 2005 Mensana